Actieonderzoek: Creatieve workshops voor leerlingen met autisme
Onderzoeksopdracht EBASO, academiejaar 2025–2026
Welke didactische strategieën verhogen de betrokkenheid en leerwinst van leerlingen met autisme tijdens creatieve opdrachten?
Dat was de centrale vraag van mijn actieonderzoek dit schooljaar; een onderzoek dat ik niet alleen uitschreef, maar ook uitgebreid uittestte in de praktijk.
De aanleiding was duidelijk: uit een audit van het Rekenhof (2024) blijkt dat het aantal leerlingen met autisme in het buitengewoon onderwijs tussen 2015 en 2023 vervijfvoudigde. Toch bereikt de ondersteuning lang niet alle leerlingen die er nood aan hebben. Heel wat jongeren volgen les in het regulier onderwijs, zonder ooit een officieel verslag te ontvangen. Zij vallen tussen de mazen van het net.
Ik geloof dat leerkrachten in het regulier onderwijs het verschil kunnen maken, als ze voorzien worden van praktisch toepasbare tools. Vanuit mijn opleiding én mijn postgraduaat Autismespectrum zette ik mezelf in de ideale positie om dat te onderzoeken.
Hoe pakte ik het aan?
Ik verdiepte me in wetenschappelijke literatuur en praktijkgerichte bronnen over autisme, motivatie, tijdsbeleving, sensorische prikkels en sociale interactie. Daarnaast voerde ik een interview met Kris de Groot, auti-coach en docent aan de KdG, en nam ik contact op met ervaringsdeskundige Carl Billen.
Op basis van al die bronnen ontwierp ik concrete didactische tools die ik uitprobeerde in de praktijk. Ik testte dit bij 3 klassen van het eerste middelbaar op Sint-Cordula Instituut in Schoten én tijdens de creatieve workshops van Come AUT&Play, het workshopproject van Toerisme voor Autisme, waarbij de deelnemers een vermoeden of officiële diagnose autismespectrumstoornis hebben.
Wat testte ik uit?
Over de periode van januari tot april 2026 voerde ik elf concrete acties uit, waaronder visuele stappenplannen met foto's van het werkproces, bordschema's, het gebruik van een TimeTimer en wandklok, voorbereidende communicatie voor deelnemers en gezinnen, modeling als didactische techniek, en een persoonlijke aanpak per leerling of deelnemer.
Niet elke actie werkte meteen zoals gehoopt. Een eerste checklist bleek te complex en zorgde voor verwarring in plaats van structuur, dit bleek voor mij wel een waardevolle les die leidde tot sterk vereenvoudigde stappenplannen tijdens de volgende lessen. Die bleken vervolgens wél een groot verschil te maken: 75% van de leerlingen beoordeelde de stappenplannen als behulpzaam tot super behulpzaam. Een wandklok met een duidelijk aangewezen eindpunt bleek minstens even effectief als een professionele TimeTimer. En één van de workshop-stappenplannen reisde zelfs mee naar de school, waar de leerkracht van de deelnemer het zo inspirerend vond dat de opdracht herhaald werd in de klas.
Wat leerde ik?
Elk hulpmiddel vraagt een zorgvuldige afstemming op de persoon. Wat werkt voor een twaalfjarige in het regulier onderwijs, werkt anders voor een vijfjarige met autisme tijdens een vrijetijdsworkshop. Voorbereidende communicatie bleek even belangrijk als de communicatie op de workshop zelf. En het allerbelangrijkste inzicht: open communicatie met de leerling of deelnemer zelf is onmisbaar… want jij ontwerpt de tools vanuit je eigen brein, niet vanuit het autistische brein van de persoon voor je.
Het eindresultaat van dit onderzoek is een uitgeteste waaier aan didactische strategieën, vrij te gebruiken door workshopbegeleiders en leerkrachten in het regulier onderwijs die hun creatieve lessen toegankelijker willen maken.